Alles over: Vitamine D en calcium/ fosfor

Dit is de eerste post in een serie die de komende maanden verder wordt aangevuld. In de "Alles over: ..." blogpost serie gaan we dieper in op individuele biomarkers zoals vitamines, mineralen, vetzuren, etc. met als doel een zo compleet mogelijk beeld te geven van de functie in het lichaam, risico's van een tekort of overschot en wat er aan is te doen.

Waar kan je de informatie in deze post voor gebruiken?

  • Herken symptomen en tekenen van een tekort of overschot

  • Lees welke (eet)gewoontes het risico op een tekort of overschot vergroten

  • Begrijp hoe je op een tekort of overschot kan testen en hoe je de tests moet interpreteren

  • Leer wat je zelf kan doen om het tekort of overschot te adresseren

Deze eerste post in de "alles over:..." serie is gelijk een beetje speciaal: Vitamine D, calcium en fosfor zijn nauw met elkaar verbonden bij lichaamsprocessen en daarom behandelen we ze samen in een post. Het gezamenlijk beoordelen van deze biomarkers is nodig om een eventuele onbalans goed te kunnen interpreteren en adresseren. De post is opgedeeld in een aantal hoofdstukken en is vrij lang omdat we een zo compleet mogelijk inzicht willen geven en de handvatten om iets te doen aan een onbalans. Je kan de hele post lezen, maar voor de meeste mensen is het bedoeld als handboek om je healthFX testresultaten beter te kunnen begrijpen. Scrol desgewenst direct door naar een van de volgende secties:


Inhoud post

  1. Wat is Vitamine D en wat is de functie ervan in het lichaam?

  2. Wat is Calcium en wat is de functie ervan in het lichaam?

  3. Wat is Fosfor en wat is de functie ervan in het lichaam?

  4. Symptomen van een vitamine D, calcium en/ of fosfor onbalans

  5. Mensen met verhoogd risico op een Vitamine D tekort/ overschot

  6. Mensen met verhoogd risico op een Calcium tekort/ overschot

  7. Mensen met verhoogd risico op een Fosfor tekort/ overschot

  8. Testen op vitamine D, calcium en fosforstatus

  9. Een onbalans in vitamine D, calcium en fosfor corrigeren




1. Wat is Vitamine D en wat is de functie ervan in het lichaam?

Vitamine D is de naam voor een groep van vet-oplosbare verbindingen verantwoordelijk voor de opname van calcium en fosfor (of fosfaat) uit voeding, wat van groot belang is voor diverse biologische processen. De twee belangrijkste vormen voor ons lichaam zijn vitamine D2 (de plantaardige vorm) en vitamine D3 (de dierlijke vorm). Vitamine D2 en D3 worden in de lever en daarna in de nieren omgezet in de actieve vorm: calcitriol. Hoewel vitamine D2 en D3 allebei gebruikt kunnen worden door ons lichaam is vitamine D3 wel veel (3-10x) effectiever in het verhogen van calcitriol in de bloedsomloop. De beste bron voor vitamine D is zonlicht, maar het zit ook (in kleine hoeveelheden) in onze voeding.

In de actieve vorm is vitamine D (calcitriol) essentieel voor onder andere de volgende processen in het lichaam:

  • botstofwisseling: vitamine D reguleert de calcium- en fosfaatniveaus in het bloed, onder andere voor de bouw en het behouden van sterke botten en tanden

  • spierfunctie: voldoende vitamine D is nodig voor het behoudt van spierkracht en evenwichtsgevoel

  • immuunsysteem: vitamine D helpt de t-cellen van je immuunsysteem actiever/effectiever te maken en het speelt een rol in de regulatie van (chronische) ontstekingen (welke vaak gelinkt worden aan welvaartsziektes, lees hier meer)

  • Insulineregulatie: vitamine D lijkt belangrijk voor een goed functionerende alvleesklier en daarmee het voorkomen van insulineresistentie en diabetes

  • celgroei/deling: vitamine D is belangrijk bij de regulatie van differentiatie en proliferatie van cellen. Een tekort wordt in veel studies gelinkt en verhoogde kans op veel soorten kanker

  • hersenfunctie: vitamine D speelt een rol in het behoudt van een gezonde hersenfunctie. Tekorten worden gelinkt aan versnelde cognitieve achteruitgang, depressie, schizofrenierisico, etc.



2. Wat is Calcium en wat is de functie ervan in het lichaam?

Calcium (of kalk) is het mineraal dat bijna iedereen wel kent als essentieel voor gezonde sterke botten en tanden. Calcium is het meest voorkomende mineraal in ons lichaam en we kunnen het alleen binnen krijgen via onze voeding (plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen). Ook al zit 99% van de calcium in ons lichaam in botweefsel, het vormen van botten en tanden is zeker niet de enige functie van calcium. Het menselijk lichaam heeft calcium nodig voor:

  • botstofwisseling: calcium is nodig bij de constructie van het skelet en gebit

  • spierfunctie: calcium speelt een rol bij het samentrekken (aanspannen) van spieren

  • zenuwfunctie: calcium wordt gebruikt door het lichaam voor het geleiden van prikkels naar de zenuwen

  • hormoonstofwisseling: calcium is betrokken bij de productie van verschillende hormonen

  • bloedstolling: calcium is nodig bij het stollingsmechanisme om bloedverlies te voorkomen bij schade aan een bloedvat (bijvoorbeeld een wond)

  • celgroei/ celdeling: het lichaam gebruikt calcium bij de aanmaak en reparatie van cellen




3. Wat is Fosfor en wat is de functie ervan in het lichaam?

Fosfor is net als calcium een mineraal en na calcium het meest voorkomende mineraal in ons lichaam. Ongeveer 1% van ons lichaamsgewicht is fosfor. Het is een noodzakelijk mineraal voor elke cel in ons lichaam en speelt een belangrijke rol in vele lichaamsprocessen, onder andere:

  • botstofwisseling: fosfor is noodzakelijk bij de aanmaak van botten (geeft samen met calcium stevigheid aan botten en tanden)

  • spijsvertering/ energiestofwisseling: fosfor is noodzakelijk voor het lichaam om bepaalde voedingstoffen op te kunnen nemen uit voedsel

  • hormoonstofwisseling: fosfor is nodig bij de aanmaak en regulatie van bepaalde hormonen

  • celgroei/deling: fosfor is nodig bij het formeren van proteïnen bij de aanmaak en reparatie van cellen in het hele lichaam

Vele noodzakelijke chemische reacties in ons lichaam zijn afhankelijk van voldoende fosfor. Echter, in tegenstelling tot veel andere mineralen en vitamines is het risico op een overschot groter dan op een tekort. Lees de volgende secties voor meer informatie!




4. Symptomen van een vitamine D, calcium en fosfor onbalans

Zoals hierboven aangegeven zijn vitamine D, calcium en fosfor in het lichaam sterk aan elkaar gerelateerd. Ter illustratie: Normale calcium waardes kunnen problematisch zijn bij een overschot aan vitamine D en leiden tot verkalking van zachte weefsels (bijvoorbeeld de aders). Een overschot aan fosfor kan leiden tot een verlies van calcium in het lichaam (botontkalking) en een vermindering van de vorming van de actieve vorm van vitamine D. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat symptomen gerelateerd aan een vitamine D tekort worden veroorzaakt door een fosfor overschot in plaats van een vitamine D tekort. Omdat deze drie voedingstoffen zo'n intieme relatie hebben in het lichaam bespreken we de symptomen van een tekort en/of overschot voor deze drie voedingsstoffen daarom gezamenlijk in deze sectie.


Hypercalciëmie

Hypercalciëmie is een te hoog (geïoniseerd) calciumgehalte in het bloed. Naast verkalking van zacht weefsel (zie meer info hieronder) kan hypercalciëmie leiden tot frequente dorst en plassen, verwarring, lethargie, vermoeidheid, depressie, bradycardie (trage hartslag), hartkloppingen of flauwvallen.

  • De hoge niveaus van geïoniseerd calcium in het bloed kunnen worden veroorzaakt door een teveel aan calcium of vitamine D, maar niet door fosfor.

  • Ze worden meestal gedreven door een hoge hoeveelheid totaal calcium, maar acidose of laag albumine kunnen ook geïoniseerd calcium in het bloed verhogen.

  • Chronische overmaat aan vitamine D veroorzaakt meer hardnekkige hypercalciëmie.

  • Een teveel aan calcium kan echter ook zonder een vitamine D overschot aanhoudende hypercalciëmie veroorzaken in aanwezigheid van alkalose of een verminderde nierfunctie.

  • Hypercalciëmie kan gedeeltelijk worden veroorzaakt door calcium dat van bot naar bloed gaat (zonder een overschot aan calcium in het dieet) als reactie op vitamine D-toxiciteit. In dit geval zal hypercalciëmie gepaard gaan met een lagere mineraaldichtheid van het bot.

Hyperfosfatemie

Hyperfosfatemie is een te hoog fosforgehalte in het bloed. Het kan gepaard gaan met spierkrampen, trillingen of spasmen; hartritmestoornissen, botpijn, misselijkheid, verwarring; en in extreme gevallen aanvallen, coma en overlijden.

  • Hyperfosfatemie is meestal het gevolg van andere aanwezige aandoeningen zoals een darminfarct, traag werkende bijschildklier, myeloom, nierfalen, of rhabdomyolyse. Maar, het kan ook gerelateerd zijn aan een overmatige fosforinname en tekorten aan vitamine D en/ of calcium.

  • Fosfor bindt zich aan calcium, waardoor het calciumfosfaat het bloed verlaat terwijl het zich afzet in andere weefsels, zowel op gezonde manieren (bijvoorbeeld in je botten) als ongezonde manieren (bijvoorbeeld als nierstenen). Hyperfosfatemie kan daardoor tetanie en verkalking van zacht weefsel veroorzaken (meer informatie over beide aandoeningen hieronder).

Osteopenie en osteoporose Osteopenie en osteoporose hebben betrekking op een verminderde botdichtheid en een verhoogd risico op fracturen. Osteopenie is een minder ernstige vorm en voorloper van osteoporose.

  • De verminderde botdichtheid wordt veelal veroorzaakt door een tekort aan vitamine D of calcium, of door een overschot aan fosfor.

  • Een vroege diagnose zonder bloedtests is bijna onmogelijk, waardoor de aandoening vaak pas wordt waargenomen bij een vergevorderd stadium.

Verkalking van zacht weefsel

Afzettingen van calcium in andere weefsels dan de botten en tanden kunnen vele vormen aannemen, waaronder nierstenen, verkalking van kraakbeen en verkalking van aderen (met hart- en vaatziekten als gevolg). Bij kinderen verstoort vroege verkalking van kraakbeen de groei.

  • Verkalking van zacht weefsel kan worden veroorzaakt door hypercalciëmie of hyperfosfatemie.

  • In de urinewegen kan het worden veroorzaakt door een hoog calcium- of fosforgehalte in de urine, bekend als hypercalciurie en hyperfosfaturie.

  • Een overschot van alle drie de voedingsstoffen - vitamine D, calcium en fosfor - kunnen dit veroorzaken. Niettemin beschermt calcium bij gezonde innames tegen nierstenen omdat het overmatige opname van fosfor voorkomt en de verplaatsing van fosfor naar het bot bevordert in plaats van naar de nieren.


Osteomalacie (rachitis bij kinderen)

Osteomalacie is de benaming voor verweking van het bot door onvoldoende inbouw van calcium. De belangrijkste tekenen en symptomen zijn onder meer botpijn, spierzwakte, kwetsbare botten, skeletafwijkingen zoals verdikte polsen en enkels, samengedrukte wervels en gebogen benen.

  • Osteomalacie wordt veroorzaakt door hypocalciëmie (laag calciumgehalte in het bloed) of hypofosfatemie (laag fosforgehalte in het bloed).

  • Tekorten van alle drie de voedingsstoffen (vitamine D, calcium of fosfor) kunnen osteomalacie veroorzaken.


Tetanie

Tetanie is een zeldzame neuromusculaire aandoening die het gevolg is van hypocalciëmie. Het kan gepaard gaan met spierkrampen, trillingen of spasmen, verwarring en in extreme gevallen coma en overlijden.

  • Tetanie is het gevolg van hypocalciëmie en vereist bij de meeste mensen een extremere mate van calciumdeficiëntie dan osteomalacie. Sommige mensen hebben echter genetische aanleg om het skelet meer prioriteit te geven dan het zenuwstelsel en kunnen tetanie ontwikkelen zonder osteomalacie te ontwikkelen.

  • Omdat tetanie wordt gedreven door hypocalciëmie, veroorzaken tekorten aan vitamine D of calcium dit. Een grote overmaat aan fosfor kan ook bijdragen aan tetanie door het calciumgehalte in het bloed te verlagen.

  • Alkalose of hoog albumine kunnen ook geïoniseerd calcium verlagen. Het meenemen van albumine waardes in een test geeft extra inzicht in de situatie en mogelijke oorzaken.


Overige plausibele symptomen van een vitamine D en calciumtekort:

  • hoge bloeddruk

  • slapeloosheid

  • hart- en vaatziektenslechte immuniteit tegen infectieziekten

  • lage geslachtshormoongehaltes

  • hoge androgeenwaardes bij vrouwen

  • auto-immuunziekten (vooral psoriasis, multiple sclerose en diabetes type 1)

  • astma en allergieën

  • bepaalde kankers (oestrogeengevoelige borstkanker en kanker van de prostaat, dikke darm, endeldarm, eierstok en baarmoederslijmvlies)

Bovenstaande symptomen worden grotendeels gedreven door onderzoek naar vitamine D, maar vanwege de intieme relatie met calcium en fosfor moeten we ze ook zien als mogelijke indicatoren voor bijvoorbeeld een calciumgebrek of een fosforoverschot. Overige plausibele tekenen van fosfortekort:

  • vermoeidheid

  • algemene zwakte

  • koolhydraat-intolerantie




5. Verhoogd risico op een vitamine D tekort/ overschot

We synthetiseren vitamine D als reactie op zonneschijn en halen het ook uit voedsel en supplementen.


Mensen met een verhoogd risico op een tekort:

  • Een levensstijl binnenshuis in combinatie met een lage of afwezige inname van vette vis, eierdooiers, levertraan en vitamine D-supplementen is de belangrijkste risicofactor.

  • Leven op een hogere breedtegraad (noordelijker gelegen landen zoals Nederland), zeker in de winterperiode. Mensen met een donkerdere huid maken minder vitamine D aan bij dezelfde blootstelling aan de zon.

  • Als je veel tijd buitenshuis doorbrengt, is het nog steeds mogelijk een tekort te ontwikkelen bij structureel gebruik van zonnebrandcrème, het dragen van kleding die (bijna) de hele huid bedekt of als omgevingsfactoren zoals wolken, vervuiling, atmosferische ozon en hoge gebouwen de blootstelling aan de zon blokkeren.

  • Ontsteking (door infectie of door herstel na een verwonding of operatie), een teveel aan fosfor of vitamine A en calciumgebrek kunnen allemaal de vitamine D-spiegel verlagen.

  • Stoornissen van malabsorptie van vet verminderen het vermogen om vitamine D in de voeding op te nemen, maar niet het vermogen om het uit zonlicht te verkrijgen.


Mensen met een verhoogd risico op een overschot:

  • Een overschot aan vitamine D op basis van enkel voeding en blootstelling aan de zon komt vrijwel niet voor (ook niet bij lange blootstelling aan de zon). Alleen structureel gebruik van hoog gedoseerde supplementen (>4.000IE per dag) verhoogt het risico op een overschot.




6. Verhoogd risico op een calcium tekort/ overschot


Calcium halen we enkel uit voeding (en supplementen).

Mensen met een verhoogd risico op een tekort:

  • Een dieet met weinig zuivelproducten, eetbare botten (bijvoorbeeld die in visconserven), groene groenten, calciumbevattende multivitaminen of calciumsupplementen is de belangrijkste risicofactor.

  • Een teveel aan fosfor remt de calciumopname en kan een tekort aan voeding verergeren (zie de informatie over een fosfor overschot hieronder voor meer informatie).


Mensen met een verhoogd risico op een overschot:

  • Volwassenen hebben rond de 1 gram calcium per dag nodig, ouderen iets meer (ongeveer 1,2 gram). De bovengrens voor veilige calciuminname ligt op 2.5 gram per dag.

  • Een overschot op basis van voedsel alleen komt niet snel voor. Normaliter wordt je calciumspiegel op peil gehouden door hormonen en vitamine D.

  • Door een stoornis kan een te hoog calciumgehalte in je bloed ontstaan, bijvoorbeeld door te snel werkende bijschildklieren waarbij verhoogde parathyroïdhormoon (PTH) waardes zorgen voor verhoogde calciumwaardes in het bloed.

  • Een overschot aan vitamine D kan ook een te hoog calciumgehalte in het bloed veroorzaken.

  • Er zijn verschillende aandoeningen die de kans op hypercalciëmie verhogen, bijvoorbeeld botkanker, sarcoïdose, multipele myeloom, melk-alkali-syndroom.




7. Verhoogd risico op een fosfor tekort/ overschot


Fosfor halen we enkel uit voeding (en supplementen).


Mensen met een verhoogd risico op een tekort:

  • Fosfor is alomtegenwoordig in de voedselvoorziening, dus het is zeer onwaarschijnlijk dat voedselselectie een fosfortekort veroorzaakt.

  • Hoge calciumgehaltes in de voeding kunnen de opname van fosfor verstoren, maar het omgekeerde probleem is veel waarschijnlijker.

  • Twee syndromen verlagen het fosforgehalte in het bloed tot gevaarlijke niveaus door het naar andere weefsels te verplaatsen: 1) Gorham-Stout syndroom is een zeer zeldzame ziekte die ook wel de 'verdwijnende botten-ziekte' wordt genoemd en 2) refeeding-syndroom kan ontstaan wanneer ernstig ondervoede mensen te snel starten met volledige voeding.

Mensen met een verhoogd risico op een overschot:

  • De belangrijkste oorzaak van hyperfosfatemie is chronische nierziekte, waarvan de behandeling buiten het bestek van deze post valt.

  • De benodigde hoeveelheid fosfor ligt bij de meeste mensen tussen de 800 en 1400 mg per dag. De belangrijkste risicofactor voor een overschot op basis van voeding is een dieet dat rijk is aan bewerkte voedingsmiddelen. Het standaard westerse dieet bevat bijna een halve gram fosforadditieven per dag in bewerkte voedingsmiddelen.

  • Fosfor is meer biologisch beschikbaar uit dierlijke producten dan uit plantaardige producten, en in tegenstelling tot botten en zuivelproducten bevat dierlijk vlees heel weinig calcium. Een dieet dat rijk is aan dierlijk vlees kan daarom voldoende fosfor bevatten om een ​​tekort aan calcium te verergeren.




8. Testen op vitamine D, calcium en fosforstatus

Hieronder de biomarkers die gebruikt kunnen worden om te testen of vitamine D, calcium en fosfor niveaus in balans zijn. 25-hydroxy vitamine D (25-OH-D) Met 25-hydroxy vitamine D, hierna 25-OH-D, worden calcidiol niveau's in het bloed gemeten. Op veel plekken wordt er een nogal verouderde en achterhaalde ondergrens van 50 nmol/l gehanteerd, maar er wordt steeds vaker toegewerkt naar een minimum van 80 of zelfs 100 nmol/l aan vitamine D.

  • uitputting/ deficiëntie: 0 – 12,5 nmol/l (gevaarlijk tekort)

  • onvoldoende/ insufficiëntie: 12,5 – 50 nmol/l (ongezond tekort)

  • hypovitaminose D: 50 – 100 nmol/l (klein/ gematigd vitamine D-tekort)

  • voldoende vitamine D: 100 – 150 nmol/l (normale waarde)

  • vitamine D overschot: 150-250 nmol/l

  • hypervitaminose D of vitamine D-intoxicatie: > 250 nmol/l (véél te veel; gevaarlijk overschot of zelfs toxische overdosis)

Hoewel 25-OH-D zeer goed reageert op de vitamine D-status, wordt het ook verminderd door calciumgebrek, een teveel aan fosfor, vitamine A, ontstekingen en genetische factoren die de conversie naar calcitriol verminderen.

Bijschildklierhormoon (PTH) De bijschildklieren geven het parathormoon (PTH) af waarmee het lichaam calcium, fosfor en vitamine D niveaus in het lichaam reguleert. Calcium en vitamine D onderdrukken PTH, terwijl fosfor het verhoogt.

  • Als PTH maximaal wordt onderdrukt, beschouwt het lichaam calcium en vitamine D niveaus als toereikend en neemt het geen overtollig fosfor waar. Het punt van maximale onderdrukking lijkt ongeveer halverwege het normale bereik van PTH te liggen (rond de 3.2 pmol/ L) en kan bij sommige mensen zo laag zijn als 2.1 pmol/ L.

  • Een goede test om te bepalen of PTH wordt onderdrukt door toereikende niveaus van calcium en vitamine D, is om te kijken of de dagelijkse doelstellingen beschreven in hoofdstuk 9 van dit artikel de PTH waarde verder verlagen.Een

  • Een PTH waarde hoger dan 3.7 pmol/ L is vaak reden om goed te kijken naar de balans in vitamine D, calcium en fosfor. Naarmate PTH toeneemt naar de top van het normale bereik, neemt de behoefte aan actie toe.

  • Als PTH maximaal wordt onderdrukt, is actie waarschijnlijk niet nodig, zelfs als 25-OH-D laag lijkt (tenzij er aanwijzingen zijn voor een magnesiumtekort). De andere markers in deze subsectie, bovenstaande risicofactoren, en de richtlijnen in hoofdstuk 9 moeten worden gebruikt om te bepalen welke actie nodig is voor een PTH waarde boven de 3.7 pmol/ L.

High sensitive C-Reactive Proteïne (hs-CRP) hs-CRP is een indicator van ontstekingen in het lichaam. Het stijgt sterk tijdens een acute ontsteking (bijvoorbeeld bij een verwonding of infectieziekte) en wordt tijdens chronische ontsteking matig verhoogd. Ontstekingen veroorzaken omzetting van calcidiol in calcitriol, waardoor het een directe impact heeft op je vitamine D status.

  • hs-CRP waardes boven de 3 en vooral die boven 10, duiden op een acute infectie of een ernstige ontsteking (de 'normale' reactie van het lichaam). Een acute ontsteking kan de vitamine D waardes in het bloed sterk verlagen. Tijdelijke suppletie zou kunnen helpen bij de ondersteuning van het immuunsysteem, maar de vitamine D waardes zouden zich normaal gesproken binnen afzienbare tijd weer moeten herstellen.

  • hs-CRP waardes van 1-3 suggereren chronische ontsteking ('continue' sluimerende ontstekingswaardes in het lichaam die in veel onderzoeken geassocieerd worden met welvaartsziektes). Een matig verhoogde hs-CRP waarde kan een (beperkte) bijdrage leveren aan een vitamine D tekort.


Calcium en fosfor Afwijkingen in calcium- en fosforniveaus komen vooral voor bij ernstigere voedingsonevenwichtigheden dan degene die bovenstaande markers veranderen.

  • Calcium waardes tussen de 2.15 en 2.5 mmol/l worden gezien als normaal.

  • Serum calcium neemt af door tekorten aan vitamine D of calcium die ernstig genoeg zijn om botontkalking te veroorzaken.

  • Serum calcium stijgt bij klinische hypercalciëmie veroorzaakt door een overmaat aan deze twee voedingsstoffen.

NB: Alleen geïoniseerd calcium is biologisch relevant. Echter, totaal calcium weerspiegelt normaal gesproken geïoniseerd calcium. Omdat totaal calcium gemakkelijker en goedkoper is om te meten wordt hier meestal de voorkeur aan gegeven bij bloedtests. Echter, totaal calcium zal geïoniseerd calcium onderschatten tijdens acidose of in aanwezigheid van laag albumine en zal het overschatten tijdens alkalose of in aanwezigheid van hoog albumine.

Overige factoren bij het testen van vitamine D, calcium en fosfor status

Overige vitamines & mineralen en medische condities die impact kunnen hebben op de testwaardes:

  • De activiteit van de vitamine D-receptor is afhankelijk van zink, een zinkgebrek kan dus resistentie tegen vitamine D veroorzaken en klinische tekenen van deficiëntie veroorzaken bij normale 25-OH-D niveaus.

  • Magnesium is van cruciaal belang voor alle aspecten van vitamine D- en calciummetabolisme, en een tekort aan magnesium kan hypocalciëmie veroorzaken en de interpretatie van de bloedmarkers die in deze sectie worden behandeld, verstoren.

  • Een tekort aan vitamine K zal bijdragen aan osteopenie of osteoporose zonder calcium, fosfor en vitamine D te beïnvloeden.

  • Zwangerschap verlaagt 25-OH-D, calcium en PTH en verhoogt calcitriol. Dit zijn waarschijnlijk aanpassingen om calcium aan de foetus te leveren, terwijl het risico op botverlies voor de moeder wordt geminimaliseerd.

  • Bij chronische nierziekte neemt de uitscheiding van fosfor af, waardoor het calciumgehalte daalt. Hyperfosfatemie en hypocalciëmie veroorzaken een stijging van de PTH waardes.

  • Sarcoïdose is een slecht begrepen overactivering van het immuunsysteem. Vitamine D is bij deze aandoening vaak laag en er kan hypercalciëmie optreden.

  • Ook andere medische aandoeningen zoals tumoren en genetische aandoeningen kunnen afwijkende testwaardes veroorzaken.




9. Een onbalans in vitamine D, calcium en fosfor corrigeren

Na het identificeren van de belangrijkste onbalans is het goed om te kijken naar de meeste waarschijnlijke oorzaken en deze te adresseren. Veel adviezen over vitamine D status worden gedaan op basis van enkel de 25-OH-D waarde, zonder calcium en fosfor waardes in beschouwing te nemen. Wij geven de voorkeur aan het meten van de combinatie van verschillende marker om het 'systeem' als geheel te bekijken. Een belangrijk startpunt is de PTH waarde. Is deze laag/normaal, dan is dat een teken dat het systeem waarvan vitamine D, fosfer en calcium onderdeel uitmaken in balans is. Is PTH verhoogd, dan kunnen de andere markers samen met je dieet en levensstijl gebruikt worden om te bepalen wat de meest waarschijnlijke oorzaak is. Enkele veelvoorkomende situaties die kunnen worden aangetroffen:

  1. Laag 25-OH-D, levensstijl binnenshuis, lage vitamine D-inname, normale calciuminname, lage hs-CRP en middelhoge calcitriol. Als aan deze criteria wordt voldaan is een vitamine D-tekort zeer waarschijnlijk.

  2. Laag 25-OH-D, levensstijl buitenshuis, voldoende vitamine D in de voeding, lage calciuminname, lage hs-CRP. Als aan deze criteria wordt voldaan is een calcium-tekort zeer waarschijnlijk.

  3. Laag 25-OH-D, levensstijl buitenshuis, voldoende vitamine D in de voeding, voldoende calcium, hoge hs-CRP. In dit geval is een ontsteking (bijvoorbeeld als gevolg van een verwonding of infectie) de meest waarschijnlijke oorzaak.

  4. Laag of normaal 25-OH-D, levensstijl buitenshuis, voldoende vitamine D in de voeding, voldoende calcium, hoge inname van verwerkt voedsel, calcium normaal of laag, fosfor normaal of hoog. Overmatige inname van fosfor is zeer waarschijnlijk.

Een lage/ normale PTH waarde is overigens geen garantie voor een systeem dat in balans is. PTH kan namelijk normaal zijn bij een overmaat aan vitamine D. Het eerste teken is een verhoogde 25-OH-D waarde. Bij sterk verhoogde 25-OH-D waardes en hypercalciëmie is vitamine D-toxiciteit waarschijnlijk.


Heb je de meest waarschijnlijke oorzaken geïdentificeerd, neem dan actie om de oorzaak te adresseren. Als startpunt is het verstandig om te voldoen aan de volgende dagelijkse doelen: minimaal een half uur per dag blootstelling aan de buitenlucht met ten minste de handen en het gezicht, in de winter meer; vitamine D-inname via voedsel in het bereik van 600-2000 IE; 800 tot 1200 milligram inname van calcium; minimaal verwerkt voedsel (om een fosfor inname binnen de perken te houden).


Hieronder een lijst met voedingsmiddelen om in je dieet op te nemen of juist te vermijden om te kunnen voldoen aan de dagelijkse doelstelling zoals hierboven beschreven:


Vitamine D bronnen

  • Vette vissoorten (paling, haring, makreel, wilde zalm, etc.) zijn eigenlijk de enige echte bron waaruit voldoende vitamine D uit (alleen) voeding kan worden gehaald. Verse vette vis bevat rond de 400-800 IE per 100 gram (zie deze tabel voor meer informatie)

  • Visleverolie (levertraan) is een goed alternatief (de vitamine D gehaltes variëren, maar staan bij kwalitatief hoogwaardige producten vermeldt op de verpakking)

  • Eierdooiers bevatten rond de 20 IE per dooier

  • Avocado's bevatten ongeveer 40 IE per 100 gram

  • Melkproducten en dierlijke producten bevatten kleine hoeveelheden vitamine D

Calcium bronnen

  • Zuivelproducten zijn de meest bekende bron van calcium (melk bevat 120mg per 100ml), maar er zijn ook veel andere goede bronnen voor voldoende calcium;

  • Noten en zaden (per 100 gram: amandelen 250mg, hazelnoten 220mg, paranoten 130mg)

  • Koolgroenten (100-200mg per 100 gram)

  • Peulvruchten (per 100 gram: kikkererwten 100mg)

  • Bladgroenten (spinazie 130 mg per 100 gram)

  • Zie deze tabel voor meer informatie


Fosfor bronnen

  • Zoals hierboven al genoemd bevat een normaal gevarieerd voedingspatroon ruim voldoende fosfor omdat het in ruime hoeveelheden in veel voedingsmiddelen zit

  • 100 gram nootjes bevat vaak al meer dan 100% van de ADH. Andere bronnen die rijk aan fosfor zijn: vlees, vette vis, pinda's, cashews, peulvruchten, melk, kaas, etc.

  • Een overschot aan fosfor is dus waarschijnlijker dan een tekort, vooral doordat het ook nog eens wordt toegevoegd aan vele soorten bewerkt voedsel (frisdranken, kruidenmixen, kant- en klaarmaaltijden, etc.). Op productlabels zijn fosforadditieven vaak alleen terug te vinden als E-nummers, onder andere E101, E338, E339, E340, E341, E343, E442, E450, E451, E452, E541, E543, E544, E545, E1410, E1412, E1413 en E1414 bevatten fosfor (bron).

  • In de natuurlijke voedselproducten komen fosfor en calcium vaak samen voor. In bewerkte voedingsmiddelen is dit vaak niet het geval (denk bijvoorbeeld aan frisdrank), waardoor de kans op een onbalans groter wordt.


Overige afwegingen bij vitamine D

Vanwege de grote variatie in vitamine D-synthese bij verschillen in levensstijl, leeftijd, huidskleur en omgeving (breedtegraad en weescondities), moet de vitamine D-inname-doelstelling mogelijk aanzienlijk worden aangepast op de persoonlijke situatie.


Als ontsteking de oorzaak is van lage vitamine D (zie punt 3 hierboven), dan is het ondersteunen van 25-OH-D-niveaus met meer blootstelling aan de zon of tijdelijke vitamine D-supplementen geen slecht idee omdat er mogelijk meer vitamine D nodig is om het immuunsysteem te ondersteunen. In de meeste gevallen zullen ontstekingen en de daaraan gerelateerde lage vitamine D waardes echter vanzelf weer herstellen.



Hebben je dieet en leefstijl aanpassingen effect gehad?

Na het doen van aanpassingen in je dieet en leefstijl om een onbalans te adresseren kan het opnieuw meten van dezelfde biomarkers inzicht geven in de effectiviteit van de maatregelen. Is de onbalans gecorrigeerd of zijn verdergaande aanpassingen in dieet en leefstijl benodigd?


Zie onze blogpost voor meer informatie over de testpakketten die we aanbieden. Het healthFX check-up pakket bevat geen vitamine D en calciumwaardes, maar de overige pakketten wel. hs-CRP zit in al onze pakketten. PTH waardes moeten op dit moment nog los bijbesteld worden.


Broninformatie

Disclaimer: De medische aandoeningen die hierboven zijn besproken, kunnen zowel de oorzaak als de gevolgen zijn van onevenwichtigheden in deze voedingsstoffen, en het is absoluut noodzakelijk om bij ernstige afwijkingen resultaten te bespreken met een medisch professional.


Contact