Alles over: Vitamine D en calcium/ fosfor

Dit is de eerste post in een serie die de komende maanden verder wordt aangevuld. In de "Alles over: ..." blogpost serie gaan we dieper in op individuele biomarkers zoals vitamines, mineralen, vetzuren, etc. met als doel een zo compleet mogelijk beeld te geven van de functie in het lichaam, risico's van een tekort of overschot en wat er aan is te doen.

Waar kan je de informatie in deze post voor gebruiken?

  • Herken symptomen en tekenen van een tekort of overschot

  • Lees welke (eet)gewoontes het risico op een tekort of overschot vergroten

  • Begrijp hoe je op een tekort of overschot kan testen en hoe je de tests moet interpreteren

  • Leer wat je zelf kan doen om het tekort of overschot te adresseren

Deze eerste post in de "alles over:..." serie is gelijk een beetje speciaal: Vitamine D, calcium en fosfor zijn nauw met elkaar verbonden bij lichaamsprocessen en daarom behandelen we ze samen in een post. Het gezamenlijk beoordelen van deze biomarkers is nodig om een eventuele onbalans goed te kunnen interpreteren en adresseren. De post is opgedeeld in een aantal hoofdstukken en is vrij lang omdat we een zo compleet mogelijk inzicht willen geven en de handvatten om iets te doen aan een onbalans. Je kan de hele post lezen, maar voor de meeste mensen is het bedoeld als handboek om je healthFX testresultaten beter te kunnen begrijpen. Scrol desgewenst direct door naar een van de volgende secties:


Inhoud post

  1. Wat is Vitamine D en wat is de functie ervan in het lichaam?

  2. Wat is Calcium en wat is de functie ervan in het lichaam?

  3. Wat is Fosfor en wat is de functie ervan in het lichaam?

  4. Symptomen van een vitamine D, calcium en/ of fosfor onbalans

  5. Mensen met verhoogd risico op een Vitamine D tekort/ overschot

  6. Mensen met verhoogd risico op een Calcium tekort/ overschot

  7. Mensen met verhoogd risico op een Fosfor tekort/ overschot

  8. Testen op vitamine D, calcium en fosforstatus

  9. Een onbalans in vitamine D, calcium en fosfor corrigeren




1. Wat is Vitamine D en wat is de functie ervan in het lichaam?

Vitamine D is de naam voor een groep van vet-oplosbare verbindingen verantwoordelijk voor de opname van calcium en fosfor (of fosfaat) uit voeding, wat van groot belang is voor diverse biologische processen. De twee belangrijkste vormen voor ons lichaam zijn vitamine D2 (de plantaardige vorm) en vitamine D3 (de dierlijke vorm). Vitamine D2 en D3 worden in de lever en daarna in de nieren omgezet in de actieve vorm: calcitriol. Hoewel vitamine D2 en D3 allebei gebruikt kunnen worden door ons lichaam is vitamine D3 wel veel (3-10x) effectiever in het verhogen van calcitriol in de bloedsomloop. De beste bron voor vitamine D is zonlicht, maar het zit ook (in kleine hoeveelheden) in onze voeding.

In de actieve vorm is vitamine D (calcitriol) essentieel voor onder andere de volgende processen in het lichaam:

  • botstofwisseling: vitamine D reguleert de calcium- en fosfaatniveaus in het bloed, onder andere voor de bouw en het behouden van sterke botten en tanden

  • spierfunctie: voldoende vitamine D is nodig voor het behoudt van spierkracht en evenwichtsgevoel

  • immuunsysteem: vitamine D helpt de t-cellen van je immuunsysteem actiever/effectiever te maken en het speelt een rol in de regulatie van (chronische) ontstekingen (welke vaak gelinkt worden aan welvaartsziektes, lees hier meer)

  • Insulineregulatie: vitamine D lijkt belangrijk voor een goed functionerende alvleesklier en daarmee het voorkomen van insulineresistentie en diabetes

  • celgroei/deling: vitamine D is belangrijk bij de regulatie van differentiatie en proliferatie van cellen. Een tekort wordt in veel studies gelinkt en verhoogde kans op veel soorten kanker

  • hersenfunctie: vitamine D speelt een rol in het behoudt van een gezonde hersenfunctie. Tekorten worden gelinkt aan versnelde cognitieve achteruitgang, depressie, schizofrenierisico, etc.



2. Wat is Calcium en wat is de functie ervan in het lichaam?

Calcium (of kalk) is het mineraal dat bijna iedereen wel kent als essentieel voor gezonde sterke botten en tanden. Calcium is het meest voorkomende mineraal in ons lichaam en we kunnen het alleen binnen krijgen via onze voeding (plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen). Ook al zit 99% van de calcium in ons lichaam in botweefsel, het vormen van botten en tanden is zeker niet de enige functie van calcium. Het menselijk lichaam heeft calcium nodig voor:

  • botstofwisseling: calcium is nodig bij de constructie van het skelet en gebit

  • spierfunctie: calcium speelt een rol bij het samentrekken (aanspannen) van spieren

  • zenuwfunctie: calcium wordt gebruikt door het lichaam voor het geleiden van prikkels naar de zenuwen

  • hormoonstofwisseling: calcium is betrokken bij de productie van verschillende hormonen

  • bloedstolling: calcium is nodig bij het stollingsmechanisme om bloedverlies te voorkomen bij schade aan een bloedvat (bijvoorbeeld een wond)

  • celgroei/ celdeling: het lichaam gebruikt calcium bij de aanmaak en reparatie van cellen




3. Wat is Fosfor en wat is de functie ervan in het lichaam?

Fosfor is net als calcium een mineraal en na calcium het meest voorkomende mineraal in ons lichaam. Ongeveer 1% van ons lichaamsgewicht is fosfor. Het is een noodzakelijk mineraal voor elke cel in ons lichaam en speelt een belangrijke rol in vele lichaamsprocessen, onder andere:

  • botstofwisseling: fosfor is noodzakelijk bij de aanmaak van botten (geeft samen met calcium stevigheid aan botten en tanden)

  • spijsvertering/ energiestofwisseling: fosfor is noodzakelijk voor het lichaam om bepaalde voedingstoffen op te kunnen nemen uit voedsel

  • hormoonstofwisseling: fosfor is nodig bij de aanmaak en regulatie van bepaalde hormonen

  • celgroei/deling: fosfor is nodig bij het formeren van proteïnen bij de aanmaak en reparatie van cellen in het hele lichaam

Vele noodzakelijke chemische reacties in ons lichaam zijn afhankelijk van voldoende fosfor. Echter, in tegenstelling tot veel andere mineralen en vitamines is het risico op een overschot groter dan op een tekort. Lees de volgende secties voor meer informatie!




4. Symptomen van een vitamine D, calcium en fosfor onbalans

Zoals hierboven aangegeven zijn vitamine D, calcium en fosfor in het lichaam sterk aan elkaar gerelateerd. Ter illustratie: Normale calcium waardes kunnen problematisch zijn bij een overschot aan vitamine D en leiden tot verkalking van zachte weefsels (bijvoorbeeld de aders). Een overschot aan fosfor kan leiden tot een verlies van calcium in het lichaam (botontkalking) en een vermindering van de vorming van de actieve vorm van vitamine D. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat symptomen gerelateerd aan een vitamine D tekort worden veroorzaakt door een fosfor overschot in plaats van een vitamine D tekort. Omdat deze drie voedingstoffen zo'n intieme relatie hebben in het lichaam bespreken we de symptomen van een tekort en/of overschot voor deze drie voedingsstoffen daarom gezamenlijk in deze sectie.


Hypercalciëmie

Hypercalciëmie is een te hoog (geïoniseerd) calciumgehalte in het bloed. Naast verkalking van zacht weefsel (zie meer info hieronder) kan hypercalciëmie leiden tot frequente dorst en plassen, verwarring, lethargie, vermoeidheid, depressie, bradycardie (trage hartslag), hartkloppingen of flauwvallen.

  • De hoge niveaus van geïoniseerd calcium in het bloed kunnen worden veroorzaakt door een teveel aan calcium of vitamine D, maar niet door fosfor.

  • Ze worden meestal gedreven door een hoge hoeveelheid totaal calcium, maar acidose of laag albumine kunnen ook geïoniseerd calcium in het bloed verhogen.

  • Chronische overmaat aan vitamine D veroorzaakt meer hardnekkige hypercalciëmie.

  • Een teveel aan calcium kan echter ook zonder een vitamine D overschot aanhoudende hypercalciëmie veroorzaken in aanwezigheid van alkalose of een verminderde nierfunctie.

  • Hypercalciëmie kan gedeeltelijk worden veroorzaakt door calcium dat van bot naar bloed gaat (zonder een overschot aan calcium in het dieet) als reactie op vitamine D-toxiciteit. In dit geval zal hypercalciëmie gepaard gaan met een lagere mineraaldichtheid van het bot.

Hyperfosfatemie

Hyperfosfatemie is een te hoog fosforgehalte in het bloed. Het kan gepaard gaan met spierkrampen, trillingen of spasmen; hartritmestoornissen, botpijn, misselijkheid, verwarring; en in extreme gevallen aanvallen, coma en overlijden.

  • Hyperfosfatemie is meestal het gevolg van andere aanwezige aandoeningen zoals een darminfarct, traag werkende bijschildklier, myeloom, nierfalen, of rhabdomyolyse. Maar, het kan ook gerelateerd zijn aan een overmatige fosforinname en tekorten aan vitamine D en/ of calcium.

  • Fosfor bindt zich aan calcium, waardoor het calciumfosfaat het bloed verlaat terwijl het zich afzet in andere weefsels, zowel op gezonde manieren (bijvoorbeeld in je botten) als ongezonde manieren (bijvoorbeeld als nierstenen). Hyperfosfatemie kan daardoor tetanie en verkalking van zacht weefsel veroorzaken (meer informatie over beide aandoeningen hieronder).

Osteopenie en osteoporose Osteopenie en osteoporose hebben betrekking op een verminderde botdichtheid en een verhoogd risico op fracturen. Osteopenie is een minder ernstige vorm en voorloper van osteoporose.

  • De verminderde botdichtheid wordt veelal veroorzaakt door een tekort aan vitamine D of calcium, of door een overschot aan fosfor.

  • Een vroege diagnose zonder bloedtests is bijna onmogelijk, waardoor de aandoening vaak pas wordt waargenomen bij een vergevorderd stadium.

Verkalking van zacht weefsel

Afzettingen van calcium in andere weefsels dan de botten en tanden kunnen vele vormen aannemen, waaronder nierstenen, verkalking van kraakbeen en verkalking van aderen (met hart- en vaatziekten als gevolg). Bij kinderen verstoort vroege verkalking van kraakbeen de groei.

  • Verkalking van zacht weefsel kan worden veroorzaakt door hypercalciëmie of hyperfosfatemie.

  • In de urinewegen kan het worden veroorzaakt door een hoog calcium- of fosforgehalte in de urine, bekend als hypercalciurie en hyperfosfaturie.

  • Een overschot van alle drie de voedingsstoffen - vitamine D, calcium en fosfor - kunnen dit veroorzaken. Niettemin beschermt calcium bij gezonde innames tegen nierstenen omdat het overmatige opname van fosfor voorkomt en de verplaatsing van fosfor naar het bot bevordert in plaats van naar de nieren.


Osteomalacie (rachitis bij kinderen)

Osteomalacie is de benaming voor verweking van het bot door onvoldoende inbouw van calcium. De belangrijkste tekenen en symptomen zijn onder meer botpijn, spierzwakte, kwetsbare botten, skeletafwijkingen zoals verdikte polsen en enkels, samengedrukte wervels en gebogen benen.

  • Osteomalacie wordt veroorzaakt door hypocalciëmie (laag calciumgehalte in het bloed) of hypofosfatemie (laag fosforgehalte in het bloed).

  • Tekorten van alle drie de voedingsstoffen (vitamine D, calcium of fosfor) kunnen osteomalacie veroorzaken.


Tetanie

Tetanie is een zeldzame neuromusculaire aandoening die het gevolg is van hypocalciëmie. Het kan gepaard gaan met spierkrampen, trillingen of spasmen, verwarring en in extreme gevallen coma en overlijden.

  • Tetanie is het gevolg van hypocalciëmie en vereist bij de meeste mensen een extremere mate van calciumdeficiëntie dan osteomalacie. Sommige mensen hebben echter genetische aanleg om het skelet meer prioriteit te geven dan het zenuwstelsel en kunnen tetanie ontwikkelen zonder osteomalacie te ontwikkelen.

  • Omdat tetanie wordt gedreven door hypocalciëmie, veroorzaken tekorten aan vitamine D of calcium dit. Een grote overmaat aan fosfor kan ook bijdragen aan tetanie door het calciumgehalte in het bloed te verlagen.

  • Alkalose of hoog albumine kunnen ook geïoniseerd calcium verlagen. Het meenemen van albumine waardes in een test geeft extra inzicht in de situatie en mogelijke oorzaken.


Overige plausibele symptomen van een vitamine D en calciumtekort:

  • hoge bloeddruk

  • slapeloosheid

  • hart- en vaatziektenslechte immuniteit tegen infectieziekten

  • lage geslachtshormoongehaltes

  • hoge androgeenwaardes bij vrouwen

  • auto-immuunziekten (vooral psoriasis, multiple sclerose en diabetes type 1)

  • astma en allergieën

  • bepaalde kankers (oestrogeengevoelige borstkanker en kanker van de prostaat, dikke darm, endeldarm, eierstok en baarmoederslijmvlies)

Bovenstaande symptomen worden grotendeels gedreven door onderzoek naar vitamine D, maar vanwege de intieme relatie met calcium en fosfor moeten we ze ook zien als mogelijke indicatoren voor bijvoorbeeld een calciumgebrek of een fosforoverschot. Overige plausibele tekenen van fosfortekort:

  • vermoeidheid

  • algemene zwakte

  • koolhydraat-intolerantie




5. Verhoogd risico op een vitamine D tekort/ overschot

We synthetiseren vitamine D als reactie op zonneschijn en halen het ook uit voedsel en supplementen.


Mensen met een verhoogd risico op een tekort:

  • Een levensstijl binnenshuis in combinatie met een lage of afwezige inname van vette vis, eierdooiers, levertraan en vitamine D-supplementen is de belangrijkste risicofactor.

  • Leven op een hogere breedtegraad (noordelijker gelegen landen zoals Nederland), zeker in de winterperiode. Mensen met een donkerdere huid maken minder vitamine D aan bij dezelfde blootstelling aan de zon.

  • Als je veel tijd buitenshuis doorbrengt, is het nog steeds mogelijk een tekort te ontwikkelen bij structureel gebruik van zonnebrandcrème, het dragen van kleding die (bijna) de hele huid bedekt of als omgevingsfactoren zoals wolken, vervuiling, atmosferische ozon en hoge gebouwen de blootstelling aan de zon blokkeren.

  • Ontsteking (door infectie of door herstel na een verwonding of operatie), een teveel aan fosfor of vitamine A en calciumgebrek kunnen allemaal de vitamine D-spiegel verlagen.

  • Stoornissen van malabsorptie van vet verminderen het vermogen om vitamine D in de voeding op te nemen, maar niet het vermogen om het uit zonlicht te verkrijgen.


Mensen met een verhoogd risico op een overschot:

  • Een overschot aan vitamine D op basis van enkel voeding en blootstelling aan de zon komt vrijwel niet voor (ook niet bij lange blootstelling aan de zon). Alleen structureel gebruik van hoog gedoseerde supplementen (>4.000IE per dag) verhoogt het risico op een overschot.




6. Verhoogd risico op een calcium tekort/ overschot


Calcium halen we enkel uit voeding (en supplementen).

Mensen met een verhoogd risico op een tekort:

  • Een dieet met weinig zuivelproducten, eetbare botten (bijvoorbeeld die in visconserven), groene groenten, calciumbevattende multivitaminen of calciumsupplementen is de belangrijkste risicofactor.

  • Een teveel aan fosfor remt de calciumopname en kan een tekort aan voeding verergeren (zie de informatie over een fosfor overschot hieronder voor meer informatie).


Mensen met een verhoogd risico op een overschot:

  • Volwassenen hebben rond de 1 gram calcium per dag nodig, ouderen iets meer (ongeveer 1,2 gram). De bovengrens voor veilige calciuminname ligt op 2.5 gram per dag.

  • Een overschot op basis van voedsel alleen komt niet snel voor. Normaliter wordt je calciumspiegel op peil gehouden door hormonen en vitamine D.

  • Door een stoornis kan een te hoog calciumgehalte in je bloed ontstaan, bijvoorbeeld door te snel werkende bijschildklieren waarbij verhoogde parathyroïdhormoon (PTH) waardes zorgen voor verhoogde calciumwaardes in het bloed.

  • Een overschot aan vitamine D kan ook een te hoog calciumgehalte in het bloed veroorzaken.

  • Er zijn verschillende aandoeningen die de kans op hypercalciëmie verhogen, bijvoorbeeld botkanker, sarcoïdose, multipele myeloom, melk-alkali-syndroom.




7. Verhoogd risico op een fosfor tekort/ overschot


Fosfor halen we enkel uit voeding (en supplementen).


Mensen met een verhoogd risico op een tekort:

  • Fosfor is alomtegenwoordig in de voedselvoorziening, dus het is zeer onwaarschijnlijk dat voedselselectie een fosfortekort veroorzaakt.

  • Hoge calciumgehaltes in de voeding kunnen de opname van fosfor verstoren, maar het omgekeerde probleem is veel waarschijnlijker.

  • Twee syndromen verlagen het fosforgehalte in het bloed tot gevaarlijke niveaus door het naar andere weefsels te verplaatsen: 1) Gorham-Stout syndroom is een zeer zeldzame ziekte die ook wel de 'verdwijnende botten-ziekte' wordt genoemd en 2) refeeding-syndroom kan ontstaan wanneer ernstig ondervoede mensen te snel starten met volledige voeding.

Mensen met een verhoogd risico op een overschot: